» » Toch TOZO voor ondernemers in het buitenland

Toch TOZO voor ondernemers in het buitenland

Geplaatst in: ZZP FM Nieuws | 0
24 augustus | Jeroen Lenaers
© WijLimburg.nl

Jeroen Lenaers van het CDA heeft nieuws te melden voor de grensondernemers. Onderstaand geeft hij uitleg over zijn aandeel in het geheel en wat besproken is in de Europese Commissie.

Het heeft even geduurd, maar de Europese Commissie heeft nu toch een inhoudelijk antwoord gegeven op mijn schriftelijke vragen waarin ik in vorige e-mails refereerde. Bij voorbaat excuses als deze e-mail wat ingewikkeld geformuleerd is, maar ik hecht eraan u correct en volledig te informeren, en het zal u niet ontgaan zijn dat de wereld van de grensoverschrijdende sociale zekerheid bepaald niet altijd eenvoudig is!

Dat is ook het eerste antwoord dat de Europese Commissie geeft: Dat het classificeren van een uitkering als sociale bijstand, sociale zekerheid of als een bijzondere, niet op premie- of bijdragebetaling berustende prestatie vaak zeer complex is. Ze verwijzen daarbij ook naar de jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie om die complexiteit te onderstrepen. Of een uitkering wel of niet als bijstand geclassificeerd wordt, is echter in het geval van de Tozo wel zeer relevant. Een bijstandsuitkering valt in principe niet onder de toepasselijke Europese wetgeving, en hoeft dus ook niet geëxporteerd te worden naar aanvragers die niet in het land zelf wonen. De overige twee classificaties (sociale zekerheid en bijzondere niet op premie berustende prestatie) vallen wel onder de Europese wetgeving en moeten in bepaalde (maar niet álle) situaties wél geëxporteerd worden.

Over de Tozo voor levensonderhoud zegt de Commissie dat deze bijstand bescherming biedt tegen werkloosheid en voorziet in levensonderhoud. Er worden elementen van sociale zekerheid en sociale bijstand gecombineerd en daarom is de Commissie van mening dat de Tozo kan worden beschouwd als een bijzondere, niet op premie- of bijdragebetaling berustende prestatie.

Dit staat haaks op de interpretatie van het kabinet. Tijdens de bespreking in de Eerste Kamer op 6 juli gaf toenmalig staatssecretaris Van Ark nog duidelijk aan dat er volgens het kabinet geen discussie mogelijk is en dat de Tozo een bijstandsregeling alleen is. Daarnaast gaf de staatssecretaris ook expliciet aan dat volgens haar de Tozo geen bijzondere non-contributieve uitkering kon zijn omdat deze niet op de bijlage van verordening 883/2004 is opgenomen. Het opnemen van de Tozo in de bijlage van de verordening is een van de voorwaarden om als non-contributieve uitkering beschouwd te kunnen worden.

Ook dit argument lijkt door de Commissie te worden tegengesproken. De Commissie heeft het over een non-contributieve uitkering die door Nederland nog niet op de bijlage geplaatst is. Ze verwijst echter ook naar het naar het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Stewart (C-503/09), waarin het Hof van oordeel was dat een uitkering een bijzondere, niet op premie- of bijdragebetaling berustende prestatie was ondanks het feit dat deze niet in bijlage van de coördinatieverordening 883/2004 stond. Het gehele antwoord van de Commissie kunt u hier downloaden en teruglezen: https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/P-9-2020-004040-ASW_NL.html

De Europese Commissie doet echter geen duidelijke uitspraak over de exporteerbaarheid van de Tozo en of het juridisch mogelijk is voor Nederland om de Tozo met terugwerkende kracht alsnog op die bijlage te plaatsen en zo te proberen export alsnog te voorkomen. Ik heb verschillende hoogleraren geraadpleegd en mijn inschatting (op basis van hun expertise) is dat een woonlandvereiste voor de Tozo in strijd zou kunnen zijn met de Europese wetgeving, ook als Tozo aan de genoemde bijlage toegevoegd zou worden. Er kunnen wel eisen gesteld worden aan de band die u heeft met Nederland. Maar gezien het feit dat u belastingen en sociale premies in Nederland betaalt lijkt er mij per definitie sprake te zijn van voldoende ‘binding’.

U merkt wellicht dat ik voorzichtig ben in mijn conclusies, want ik wil geen hoop wekken die niet waargemaakt kan worden. De Nederlandse regering is nu aan zet. De juristen van het Ministerie SZW bestuderen momenteel de antwoorden van de Europese Commissie, en ik hoop een eerste reactie van volgende week te kunnen lezen. Pas dan weten we of Nederland bereid is stappen te zetten, of dat de staatssecretaris vast blijft houden aan de eigen lezing, en pas dan kunnen we ook bekijken welke vervolgstappen eventueel nodig en mogelijk zijn.

Feit is in ieder geval dat de conclusie van de Europese Commissie haaks staat op de interpretatie van de staatssecretaris. Dat alleen al is reden om ook in de Eerste en Tweede Kamer nieuwe vragen aan de staatssecretaris te gaan stellen om schot in de zaak te krijgen. Ik zou namelijk graag zien dat de Nederlandse regering dit nu gewoon op gaat lossen, en niet zijn heil zoekt in eindeloze juridische procedures, of ons dwingt een gang naar de rechter te maken of de Europese Commissie een procedure te laten starten.

Artikel NOS